· 

Wie bezorgt jouw maaltijd?

Met de digitalisering van onze wereld is een nieuw fenomeen opgekomen: de platformeconomie.  Dankzij het platform vinden vraag en aanbod elkaar via internetdiensten. Zo regel je gemakkelijk een taxi via Uber, vind je eenvoudig een schoonmaakhulp via Helpling en bestel je vanaf de bank sushi via Deliveroo. Het gemak dient de mens, de consument in dit geval. Dat dit nieuwe fenomeen niet alleen voordelen met zich meebrengt, bewijst de rechtszaak die een van de maaltijdbezorgers – Sytze Ferwerda – begin dit jaar aanspande tegen Deliveroo. 

 

Deliveroo was een ‘gewone’ werkgever met ‘gewone’ werknemers in dienst. Dit veranderde eind 2017, toen het businessmodel op de schop ging en werknemers hun dienstverband moesten inruilen voor het ZZP-schap. Het nadeel hiervan? Het gebrek aan sociale bescherming: er wordt niet automatisch pensioen opgebouwd en bij ziekte is er geen inkomen.

 

Maaltijdbezorger Ferwerda vond dat er sprake was van schijnzelfstandigheid. Dit houdt in dat mensen die officieel ZZP’er zijn en daarmee geacht worden als zelfstandige te werken, in feite verkapt in dienst zijn bij een opdrachtgever en onder diens gezag werken. Gunstig voor Deliveroo, want – zoals ik eerder al schreef – er hoeven geen sociale bijdragen betaald te worden. Minder gunstig voor Ferwerda, omdat de werknemersbescherming omzeild wordt. Hij stapte naar de rechter, in de hoop een einde te maken aan de schijnconstructie.

 

De rechter besliste echter in het voordeel van Deliveroo. Ferwerda wist namelijk dat hij als ZZP’er zou gaan werken, omdat hij daar expliciet mee akkoord is gegaan in een e-mail die hij naar Deliveroo stuurde en hij zich later met een eenmanszaak heeft laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Naast deze zogeheten ‘bedoeling van de partijen’, zijn er voor de rechter nog meer aanknopingspunten voor het bestaan van een daadwerkelijke ZZP-constructie. Zo kan er niet gesproken worden van een gezagsverhouding tussen Deliveroo (de opdrachtgever) en de bezorger (de opdrachtnemer), omdat bezorgers zelf kunnen beslissen om zich in een bepaald tijdvak in te schrijven en ook bestellingen kunnen weigeren. Ferwerda had volgens de rechter niet voldoende duidelijk gemaakt dat hij vanwege dat systeem zodanig minder mogelijkheden heeft om werkzaamheden te verrichten, dat hij daardoor beperkt wordt in het genereren van inkomsten. Daarbij mogen bezorgers in hun eigen kleding bestellingen vervoeren; werkkleding met het logo van Deliveroo is niet verplicht. Ook zou Ferwerda voor andere maaltijdbezorgers mogen werken.

 

De maaltijdbezorger van Deliveroo vangt dus bot. Wel wordt in het vonnis een aardige kanttekening geplaatst. De rechter stelt namelijk het volgende: “wanneer het ongewenst wordt geacht dat werkplatforms als Deliveroo dergelijke overeenkomsten aanbieden, de wetgever daartegen maatregelen zal moeten treffen”.

 

Mijns inziens een terechte opmerking. Het huidige arbeidsrecht houdt geen rekening met de arbeidsverhoudingen die voortkomen uit de nieuwe platformeconomie; er wordt nog uitgegaan van de traditionele verhouding tussen werkgever en werknemer. En hoewel de platformeconomie grote voordelen met zich meebrengt, wordt er nu te weinig rekening gehouden met de schaduwkant(en). De rechten van de mensen die het werk uitvoeren komen in het geding en dat is een situatie die, gelet op de ongelijkheidscompensatie als basiswaarde van het arbeidsrecht, aandacht en aanpassing verdient.

 

Geschreven door: Yaïra Kempers